De Wet Aanpak Schijnconstructies en het Overgangsrecht Transitievergoeding

Terug
De Wet Aanpak Schijnconstructies en het Overgangsrecht Transitievergoeding
Categories
Insights
Onderwerpen
Transitie vergoeding
Datum:
24 Mrt 2015

Door:
Inge Arts

Zoals reeds bekend geldt vanaf 1 juli a.s. dat een werknemer bij ontslag recht heeft op een transitievergoeding als het dienstverband tenminste 24 maanden heeft bestaan. Voor het bepalen van het recht op en de hoogte van deze vergoeding tellen arbeidsovereenkomsten die elkaar met een tussenpoos van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd mee. Anders dan bij de zgn. ketenbepaling tellen de perioden gelegen tussen de arbeidsovereenkomsten niet mee voor het bepalen van de periode van twee jaar. De regeling van de transitievergoeding heeft onmiddellijke werking en geldt in beginsel voor elke werknemer die op of na 1 juli ontslag krijgt. Daarbij telt de periode vóór 1 juli mee voor het bepalen van het recht op en de hoogte van de transitievergoeding.

Met name op deze laatste voorwaarde zijn recent bezwaren geuit vanuit het bedrijfsleven en de Tweede Kamer en dan met name vanuit de branches waarin veel met seizoenarbeiders wordt gewerkt. Werkgever zouden, als de tussenpoos van zes maanden zou meetellen, worden geconfronteerd met fors hogere transitievergoedingen.

Op 3 maart jl. heeft de Tweede Kamer de Wet Aanpak schijnconstructies unaniem aangenomen. Dit wetsvoorstel wijzigt enkele wetten met als doel de verbetering van de naleving en handhaving van arbeidsrechtelijke wetgeving in verband met de aanpak van schijnconstructies door werkgevers. Het voorstel heeft als doel bij te dragen aan het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, het versterken van de rechtspositie van werknemers en aan een beloning voor werknemers, conform wet- en regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) of afspraken bij individuele arbeidsovereenkomst. Schijnconstructies komen regelmatig voor in de tuinbouw, de bouw en de vervoerwereld, voornamelijk door inschakeling van goedkopere arbeidskrachten uit andere lidstaten van de EU.

Met de behandeling van dit wetsvoorstel heeft minister Asscher de voorgenoemde ‘weeffout’ in de transitievergoeding gecorrigeerd en heeft hij overgangsrecht voor de transitievergoeding geïntroduceerd.
Het overgangsrecht met betrekking tot de transitievergoeding is voornamelijk van belang voor seizoenwerkers en houdt in dat contracten die geëindigd zijn vóór 1 juli 2012 en die elkaar opvolgden ná een periode van meer dan drie maanden (de oude ketenregeling), niet meetellen voor de berekening van de transitievergoeding. Voor de periode na 1 juli 2012 heeft de tussenpoos van zes maanden wél te gelden. Ook werkgevers met seizoenswerk zullen dus een transitievergoeding verschuldigd zijn, als het tijdelijke contract na 1 juli 2015 eindigt. De omvang daarvan is echter beperkt.

Dit artikel is bedoeld om u ad hoc informatie te geven over nieuwe wetgeving en jurisprudentie en bevat geen juridisch advies. Als u meer over dit onderwerp wilt weten of als u juridisch advies nodig heeft, neem dan contact met ons op: info@bd-advocaten.nl