Memo Wet Arbeid en Zorg

Terug
Memo Wet Arbeid en Zorg
Categories
Insights
Datum:
7 Mei 2015

Per 1 januari 2015 is de Wet Modernisering Regelingen voor Verlof en Arbeidstijden gefaseerd in werking getreden.

Door:
Henriëtte Bronsgeest, Inge Arts

Inleiding

Per 1 januari 2015 is de Wet Modernisering Regelingen voor Verlof en Arbeidstijden gefaseerd in werking getreden. Deze wet heeft onder andere gevolgen voor de Wet Arbeid en Zorg (hierna: “WAZO”). De wet beoogt de verlofregelingen te flexibiliseren en het voor werknemers makkelijker te maken werk en zorg (en daarmee samenhangend verlof) te combineren teneinde de arbeidsparticipatie te verhogen. De meeste wijzigingen zijn formeel van aard, waarbij procedurele drempels zijn weggenomen waardoor meer maatwerk mogelijk wordt bij opname van het verlof. In dit memo wordt een overzicht gegeven van de wijzigingen per verlofsoort.

Wijzigingen per verlofsoort

Ouderschapsverlof

  • De duur van het ouderschapsverlof blijft hetzelfde, maar vanaf 1 januari 2015 heeft de werknemer het recht om het ouderschapsverlof op elke gewenste wijze op te nemen. De bepaling uit de WAZO die voorschrijft hoe het ouderschapsverlof moet worden opgenomen vervalt. De door de werknemer gewenste wijze van invulling van het verlof kan alleen vanwege een zwaarwegend dienstbelang van de werkgever worden gewijzigd tot uiterlijk vier weken voor de door werknemer gewenste ingangsdatum van het verlof. Echter, een verzoek om opname van maximaal 3 ouderschapsverlofdagen binnen het tijdvak van vier weken volgend op het kraamverlof kan de werkgever niet wijzigen. Dit wordt ook wel het vaderschapsverlof genoemd.
  • Vanaf 1 januari 2015 is de voorwaarde vervallen dat voor opname van ouderschapsverlof de arbeidsverhouding ten minste één jaar moet bestaan. Een werknemer kan derhalve een verzoek om opname van het (resterende deel van) het ouderschapsverlof direct na indiensttreding doen. De oud-werkgever dient hieromtrent een verklaring van de resterende aanspraak op ouderschapsverlof te verstrekken.

Pleegzorg- en adoptieverlof

  • Vanaf 1 januari 2015 is de opnametermijn van dit type verlof uitgebreid van 18 weken naar 26 weken.
  • Vanaf 1 januari 2015 vangt het recht op dit verlof vier weken voor de opname van het kind in het gezin aan. Voorheen was dit twee weken.
  • Vanaf 1 januari 2015 kan een werknemer het verlof op elke gewenste wijze opnemen. De regeling dat dit verlof (ten hoogste) vier aaneengesloten weken mocht bedragen is vervallen.

Langdurend zorgverlof

  • Per 1 juli 2015 wordt de kring van rechthebbenden op langdurend zorgverlof uitgebreid. Werknemers die zorgen voor een bloedverwant in de tweede graad, een persoon die ‘zonder dat sprake is van een arbeidsrelatie deel uit maakt van de huishouding van de werknemer’, of een persoon ‘met wie de werknemer anderszins een sociale relatie heeft’, waarbij de te verlenen zorg rechtstreeks uit die relatie voortvloeit en redelijkerwijs door de werknemer moet worden verleend, kunnen dan ook aanspraak maken op dit type verlof. Dit betreffen dus relaties in de familiaire sfeer of vriendenkring van werknemer.
  • Per 1 juli 2015 wordt de reikwijdte van het langdurend zorgverlof vergroot. Ook indien de te verzorgen persoon ‘ziek of hulpbehoevend’ is kan dit type verlof worden aangevraagd. Het kabinet heeft bij deze uitbreiding dekking van mantelzorgtaken op het oog (bijvoorbeeld huishoudelijke taken voor een naaste die slecht ter been is of het bezoek aan de huisarts met een naaste die hiertoe niet zelfstandig in staat is).
  • Vanaf 1 januari 2015 kan een werknemer het verlof op elke gewenste wijze opnemen. Het voorschrift dat het verlof gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf weken dient te worden opgenomen en maximaal 50% van de arbeidsduur mocht bedragen, behoudens de afwijkmogelijkheden, is vervallen.

Kortdurend zorgverlof

  • Per 1 juli 2015 wordt de kring van rechthebbenden voor het kortdurend zorgverlof op eenzelfde wijze uitgebreid als voor het langdurend zorgverlof. Hierbij zij opgemerkt dat kortdurend zorgverlof enkel kan worden verzocht voor noodzakelijke verzorging wegens ‘ziekte’, en dus niet vanwege zorgverlening aan een ‘hulpbehoevende’ (zoals dit wel mogelijk is met betrekking tot het langdurend zorgverlof).

Zwangerschapsverlof

  • De datum van inwerkingtreding van een gedeelte van de regeling met betrekking tot het bevallingsverlof is nog onbekend. Zodra wij vernemen wanneer deze regeling in werking treedt hoort u dit van ons. Vanaf inwerkingtreding zal, in het geval van een meerlingzwangerschap, vanaf tien weken voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum recht bestaan op zwangerschapsverlof. Dit is nu zes weken. Het verlof dient uiterlijk acht weken voor deze datum in te gaan. Dit is nu vier weken.
  • Vanaf 1 januari 2015 wordt het bevallingsverlof verlengd voor moeders wier kind na de bevalling in het ziekenhuis worden opgenomen (let wel: aan deze ziekenhuisopname zijn voorwaarden verbonden). Indien na de geboorte van een meerling meer dan één kind tegelijkertijd in het ziekenhuis wordt opgenomen, beperkt de verlengingsmogelijkheid zich tot één kind. Indien de meerlingen, al dan niet met tussenpozen, opvolgend in het ziekenhuis worden opgenomen, loopt de verlengingsmogelijkheid door en worden de dagen in kwestie bij elkaar opgeteld.
  • Vanaf 1 januari 2015 kan de vrouwelijke werknemer binnen drie weken na de bevalling verzoeken het bevallingsverlof na zes weken op te delen en, met ingang van week zeven, gespreid over een tijdvak van dertig weken op te nemen. De werkgever dient binnen twee weken positief op dit verzoek in te gaan, behoudens bij een zwaarwegend bedrijfsbelang.
  • Vanaf 1 januari 2015 kan het recht op bevallingsverlof en de daaraan gekoppelde uitkering bij overlijden van de moeder worden overgedragen aan de partner van de moeder, als de moeder tijdens dit verlof overlijdt en een akte van geboorte van haar kind is opgemaakt.

Calamiteiten- en kortverzuimverlof

  • Vanaf 1 januari 2015 is in de wet verduidelijkt dat dit type verlof kan worden opgenomen bij ‘onvoorziene omstandigheden die een onmiddellijke onderbreking van de werkzaamheden vergen’.
  • Daarnaast zijn vanaf 1 januari 2015 twee gevallen, vallend onder ‘zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden’ in de wet toegevoegd:
  1. Spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijze niet buiten werktijd om te plannen arts- of ziekenhuisbezoek door de werknemer of de noodzakelijke begeleiding daarbij van personen aan wie werknemer kortdurend zorgverlof verleent;
  2. Noodzakelijke verzorging op de eerste ziektedag van personen aan wie werknemer kortdurend zorgverlof verleent.

Conclusie

Naar aanleiding van de wijzigingen in de Wet Arbeid en Zorg kan het nodig zijn uw personeelshandboek hierop aan te passen. Wij denken hierover graag met u mee. 

Dit artikel is bedoeld om u ad hoc informatie te geven over nieuwe wetgeving en jurisprudentie en bevat geen juridisch advies. Als u meer over dit onderwerp wilt weten of als u juridisch advies nodig heeft, neem dan contact met ons opinfo@bd-advocaten.nl