Chauffeurs van Uber zijn werknemers en vallen onder CAO Taxivervoer

Terug
Chauffeurs van Uber zijn werknemers en vallen onder CAO Taxivervoer
Categories
Nieuws Insights
Datum:
14 Sep 2021

Aan de rij uitspraken over de platform-economie en de vraag of platforms ook werkgevers (kunnen) zijn is op 13 september jl. een nieuw oordeel toegevoegd. In de zaak die door de FNV was aangespannen tegen Uber, kwam ook de rechtbank Amsterdam tot het oordeel dat taxichauffeurs die via Uber hun diensten aanbieden, voldoen aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst.

Door:
Christine Daniels, Hylda Wiarda

De uitspraak is niet de eerste overwinning van de FNV in de rechtszaal tegen een grote speler in de platformeconomie. Eerder dit jaar schreven wij een artikel over het oordeel van het Amsterdamse Hof dat ook de maaltijdbezorgers van Deliveroo recht hebben op een arbeidsovereenkomst.

Net als het Hof in de Deliveroo zaak, wordt ook in de Uber-zaak door de rechtbank uitgebreid ingegaan op de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst en loopt daarbij puntsgewijs de drie kenmerken daarvan af: (i) het persoonlijk verrichten van arbeid, (ii) tegen betaling van loon en (iii) in dienst van de werkgever (gezagsverhouding).

(i) Het persoonlijk verrichten van arbeid

In deze zaak stelde Uber dat zij slechts een technologiebedrijf is dat een platform runt waarop gebruikers met elkaar in contact kunnen komen en overeenkomsten met elkaar aangaan, voor onder andere taxivervoer. Een soort marktplaats voor taxidiensten. Dit verweer wordt door de rechter verworpen. De rechter oordeelt dat er geen twijfel is dat chauffeurs arbeid voor Uber verrichten. Uit het feit dat chauffeurs akkoord moeten gaan met de door Uber gestelde voorwaarden om te kunnen worden toegelaten op haar platform, volgt dat zij een overeenkomst aangaan met Uber om vervoersdiensten aan te bieden. De vervoersdiensten van Uber vormen bovendien de kern van de activiteiten van Uber. Er is ook sprake van een persoonlijke verplichting om arbeid te verrichten. Uber controleert middels een door de chauffeurs te nemen selfie expliciet of de chauffeur persoonlijk de arbeid verricht.

(ii) Loon

Uber krijgt volgens de overeenkomst met de chauffeurs de aanvraag voor de taxirit en bepaalt vervolgens – via het algoritme – aan welke chauffeur de rit wordt aangeboden, de route en de verwachte ritprijs. Uber ontvangt na de rit de ritprijs en betaalt de chauffeur deze minus de servicekosten uit via Uber Pay. Dat de ritprijs via Uber Pay aan de chauffeur wordt uitgekeerd betekent niet dat er geen sprake is van loon. De benaming van het loon en de wijze van uitbetaling zijn niet van belang, aldus de rechtbank. De conclusie is dan ook dat de ritprijs de beloning vormt voor het vervoer van die passagiers (de arbeid van de chauffeurs).

(iii) In dienst van: gezagsverhouding

Volgens de rechtbank is de vraag of sprake is van een gezagsverhouding nog steeds het meest kenmerkende criterium bij het onderscheid tussen een arbeidsovereenkomst en een andere arbeidsrelatie, en daarmee beslissend voor de vraag of sprake is van ‘werknemer’ of (bijvoorbeeld) een zelfstandige zonder personeel (zzp-er). 

Opvallend aan deze uitspraak is dat de rechtbank in rechtsoverweging 26 het begrip ‘gezag’ breder trekt en tot een definitie komt van een “moderne gezagsverhouding”: ‘’In de hedendaagse, door technologie beheerste tijd heeft het criterium ‘gezag’ een van het klassieke model afwijkende, meer indirect (vaak digitaal) controlerende invulling gekregen. Werknemers zijn zelfstandiger geworden en verrichten hun werk op meer wisselende (zelfgekozen) tijden’’. Bij Uber is sprake van zo’n moderne gezagsverhouding.  

De chauffeurs kunnen zich alleen bij Uber aanmelden middels de app en de voorwaarden waaronder zij de app kunnen gebruiken zijn niet onderhandelbaar. Ook kunnen bepaalde voorwaarden alleen door Uber eenzijdig worden gewijzigd.

Vervolgens bepaalt het algoritme van de app op welke wijze de ritten worden verdeeld en welke prioriteiten daarbij worden gesteld. Het algoritme doet dat op basis van de door Uber gestelde prioriteiten. De app werkt op basis van een ratingsysteem. Via de app krijgen de chauffeurs een rating en worden zij beoordeeld, wat invloed kan hebben op de toegang tot het platform en het aanbod van ritten. Een lage rating kan leiden tot verwijdering van het platform, terwijl een hoge rating kan leiden tot (financiële) voordelen. Uber kan bovendien de instellingen van de app wijzigen wat van invloed is op de rating van de chauffeurs en daarmee het aanbod van ritten. De door Uber bepleite ondernemersvrijheid is hierdoor in wezen afwezig.

Daarnaast wordt een chauffeur na driemaal weigeren van een aangeboden rit automatisch uitgelogd.  Het is Uber die, via het algoritme, bepaalt of en wanneer een chauffeur wordt uitgelogd en weer mag inloggen. Ten slotte is het Uber die bij klachten van klanten eenzijdig beslist over een eventuele oplossing, waaronder het aanpassen van de ritprijs. De chauffeur kan hiertegen bezwaar maken maar de uiteindelijke beslissing ligt bij Uber.

Op basis van bovenstaande elementen oordeelt de rechtbank dat het algoritme een financieel stimulerende, een disciplinerende en instruerende werking heeft op de chauffeurs. Dat de chauffeurs tot op zekere hoogte vrij zijn om een rit te weigeren, zelf hun uren mogen bepalen en gelijktijdig gebruik mogen maken van verschillende apps of andersoortige boekingssystemen doet daar niet aan af. Zodra zij gebruik maken van de Uberapp en daartoe ingelogd zijn, zijn zij onderworpen aan de werking van het door Uber ontworpen algoritme, en vallen zij daarmee onder een “modern werkgeversgezag” van Uber.

De rechtbank komt tot de conclusie dat partijen slechts ‘’op papier’’ zijn overeengekomen dat de chauffeurs als zelfstandig ondernemer werkzaam zijn. Maar de feitelijke uitvoering bevat echter alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst. Met in dit geval als bijkomend gevolg dat ook de Cao Taxivervoer door Uber moet worden toegepast, althans in de periode dat die algemeen verbindend is verklaard door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Chauffeurs die in aanmerking komen kunnen aanspraak maken op achterstallig (cao)loon.   

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

De vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht is van alle tijden. Voor de platformeconomie is het echter een cruciale vraag omdat het antwoord een grote impact heeft op het verdienmodel dat zij hanteren. Zoals gezegd lag er al de Deliveroo-uitspraak, maar deze Uber-beslissing gaat nog een stapje verder: het betreft niet een oordeel over een aantal specifieke chauffeurs maar is meteen op alle chauffeurs van Uber in Nederland van toepassing. En dat maakt deze uitspraak opnieuw heel belangrijk voor de platformwereld. Zowel arbeidsrechtelijk als fiscaal zal dit aanzienlijke gevolgen hebben voor Uber. De toekomst zal leren of deze uitspraak aanleiding zal geven voor vakbonden en andere belanghebbende organisaties om vergelijkbare platformen aan te spreken. Voorlopig lijkt het er in ieder geval op dat Uber tegen de uitspraak van de rechtbank in beroep gaat. Het laatste woord is derhalve nog niet gezegd: to be continued!