Veranderingen in het arbeidsrecht in 2021

Terug
Veranderingen in het arbeidsrecht in 2021
Categories
Nieuws Insights
Datum:
11 Feb 2021

Door:
Hylda Wiarda, Thomas van der Toorn

Inmiddels is het jaar 2021 alweer enige tijd onderweg. Hieronder een beknopt overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving die per 1 januari jl. zijn ingegaan dan wel in de loop van dit jaar hun intrede zullen doen:

  • De maximum transitievergoeding is verhoogd van EUR 83.000,- naar EUR 84.000,- (of maximaal het loon over een jaar als dat meer bedraagt) (bron: Rijksoverheid).
  • Compensatie voor de transitievergoeding is nu ook mogelijk bij bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden van de directeur-eigenaar. Dit geldt voor ondernemingen met minder dan 25 werknemers (klik hier voor het aanvraagformulier). Voor bedrijfsbeëindiging wegens arbeidsongeschiktheid van de werkgever geldt dat (nog)niet, maar aan deze regeling wordt gewerkt (bron: Rijksoverheid).
  • Het tweede tijdvak van NOW 3 gaat in (4e UWV-aanvraagperiode), wat betekent dat werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies tussen 1 januari en 1 april 2021 voor deze 3 maanden een tegemoetkoming kunnen aanvragen ter hoogte van maximaal 80% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies. NOW 3.2 aanvragen is mogelijk vanaf 15 februari 2021. Voor meer informatie over NOW 3 verwijzen wij u graag naar onze eerdere artikelen:
    • Dit artikel bevat algemene informatie over NOW3;
    • Dit artikel ziet op de uitbreiding van het steun- en herstelpakket in reactie op de tweede golf van besmettingen;
    • Dit artikel ziet op de aanvullende uitbreiding van het steun- en herstelpakket in navolging van het instellen van de lockdown en de avondklok.
  • Oproepkrachten moeten voortaan binnen een maand laten weten of zij een aanbod voor een vaste arbeidsomvang accepteren. Voorheen bedroeg de termijn voor aanvaarding ten minste een maand. Vanaf 1 juli a.s. geldt dat, als het aanbod wordt geaccepteerd, de aangeboden vaste urenomvang uiterlijk ingaat op de eerste dag van de vijftiende maand dat de werknemer in dienst is (bron: Verzamelwet SZW 2021).
  • Payrollwerknemers krijgen op basis van de WAB recht op een zogenoemde adequate pensioenregeling (bron: Rijksoverheid).
  • Het minimumloon stijgt met EUR 4,80 naar EUR 1.684,80 per maand bij een fulltime dienstverband en een leeftijd van minimaal 21 jaar. Dit bedrag wordt tweemaal per jaar bijgesteld. In juli zal de tweede aanpassing van dit jaar plaatsvinden (bron: Rijksoverheid).
  • De vrije ruimte van de Werkkostenregeling (WKR) is tijdelijk verhoogd in verband met de coronacrisis, als onderdeel van het steun- en herstelpakket van de overheid. De vrije ruimte wordt voor 2020 en 2021 verhoogd van 1,7 % naar 3% van de eerste EUR 400.000,- van het fiscale loon. Over het bedrag boven de EUR 400.000,- blijft de vrije ruimte in 2020 1,2% en in 2021 1,18% (bron: Belastingdienst).
  • (Om)scholing kan nu ook (als gerichte vrijstelling) onbelast vergoed (of verstrekt) worden aan werknemers na afloop van de dienstbetrekking (t/m 2020 gold dit alleen tijdens de dienstbetrekking) (bron: Rijksoverheid). Bijvoorbeeld als onderdeel van een sociaal plan. Hiermee wordt beoogd omscholing gemakkelijker te maken in de coronacrisis en dus de arbeidsmarktpositie van ex-werknemers te versterken. Let wel, dit betreft enkel vergoedingen en verstrekkingen ten aanzien van het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen. Voor het vergoeden van outplacement en advocaatkosten in een sociaal plan verandert er niets.
  • De tijdelijke uitzondering i.v.m. de coronacrisis voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding voor thuiswerkers zou per 1 januari 2021 stoppen, maar dit is uitgesteld tot in ieder geval 1 april 2021. Afhankelijk van het verdere verloop van de pandemie zal dit mogelijk nog verder worden uitgesteld (bron: Rijksoverheid).
  • De tijdelijke uitzondering om verhoging van de lage WW-premie toe te passen bij meer dan 30 % overwerk loopt nog door (bron: Belastingdienst).
  • Per 1 januari is de lage WW-premie vastgesteld op 2,70 procent. De hoge WW-premie is vastgesteld op 7,70 procent (bron: Staatscourant).
  • De bijtelling voor de auto van de zaak die elektrisch rijdt of anderszins geen CO2 uitstoot, gaat omhoog naar 12% (bron: Rijksoverheid).
  • De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet is per 1 januari 2021 in werking getreden. Dit houdt in dat de berekeningswijze van de beslagvrije voet wordt vereenvoudigd. Deze aanpassing zou het voor de beslag leggende partij makkelijker moeten maken om de juiste gegevens voor de berekening te krijgen. Hierdoor wordt getracht de situatie te voorkomen dat de beslagvrije voet te laag wordt vastgesteld vanwege het niet, niet volledig of niet tijdig aanleveren van de voor de berekening benodigde gegevens. Hierdoor zijn ook werknemers met schulden geholpen (bron: Rijksoverheid).
  • Voor sommige werknemers eindigt de 30%-regeling eerder dan de datum vermeld op de door de Belastingdienst afgegeven beschikking. Dit als gevolg van de nieuwe wet omtrent de 30%-regeling die ingegaan is per 1 januari 2019 waarbij de maximale looptijd van de 30% regeling is verkort van 8 naar 5 jaar. Voor 30% beschikkingen die zijn afgegeven onder de 8 jaarstermijn stopt de 30%-regeling mogelijk al op 1 januari 2021, ook als de oorspronkelijke maximale looptijd dan nog niet is verstreken (bron: Rijksoverheid). Werkgevers zullen zelf moeten bepalen of de 30%-regeling stopgezet moet worden voor afgegeven toekenningen van vóór 1 januari 2019.
  • Vanaf 11 januari is de testfase van de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA) online gegaan. Door het invullen van een vragenlijst krijgen werkgevers/opdrachtgevers een indicatie of een arbeidskracht als zelfstandige ingehuurd mag worden voor werkzaamheden of dat er toch een arbeidsovereenkomst aangegaan moet worden. Het invullen daarvan kan anoniem, is vrijwillig en is mogelijk tot 11 juli 2021. Daarna zal de webmodule geëvalueerd worden en besluiten of deze behulpzaam is bij eventuele toekomstige handhaving tegen schijnzelfstandigheid. Let wel, aan de uitkomst van de webmodule kunnen geen rechten worden ontleend, deze blijft een indicatie. Klik hier voor de webmodule.
  • Per 1 september a.s. zal het medisch advies van de bedrijfsarts leidend worden bij de toets op het re-integratieverslag (RIV-toets) door het UWV (zie bron: Rijksoverheid).
  • De aangekondigde wijziging inzake de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd die op 1 april 2021 in werking zou treden is uitgesteld door de Minister van SZW. Door deze wijziging zou onder meer de loondoorbetalingsperiode bij ziekte worden verkort van 13 naar 6 weken voor AOW-gerechtigden. De Minister van SZW heeft aangekondigd dat dit in ieder geval niet vóór 1 januari 2022 zal zijn, in verband met de benodigde voorbereidingstijd van het UWV om deze wijziging door te voeren (bron: Rijksoverheid).
  • Het algemene bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector op grond van de WNT is per 1 januari 2021 vastgesteld op een jaarsalaris van € 209.000,-  inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioenbijdrage werkgever. In 2020 was dat nog € 201.000,- (bron: Rijksoverheid).
  • De AOW-gerechtigde leeftijd blijft in 2021 66 en 4 maanden. In 2022 stijgt deze leeftijd naar 66 en 7 maanden (bron: Rijksoverheid).
  • Brexit: op 1 januari jl. heeft het Verenigd Koninkrijk de EU verlaten. Wat moet je als werkgever weten over de Brexit? Lees alles hierover in ‘Brexit and the Netherlands Guide’ van Ius Laboris.
  • De vrijstelling RVU-heffing (regeling vervroegde uittreding) treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2021. Hierdoor kunnen werkgevers met oudere werknemers regelingen treffen voor vervroegd uit dienst treden in de laatste drie jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd, zonder dat over deze regeling tussen 2021 t/m 2025 een RVU-heffing betaald hoeft te worden. Dit is tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW. Ook de verruiming van het verlofsparen treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari. Hierdoor wordt het aantal weken belastingvrij verlofsparen verdubbeld, waardoor werknemers ook langs deze weg meer mogelijkheden hebben om eerder te stoppen met werken. Deze wijzigingen maken deel uit van het pensioenakkoord (bron: Rijksoverheid).