Werknemer recht op schadevergoeding van 250 euro wegens schending van de AVG

Terug
Werknemer recht op schadevergoeding van 250 euro wegens schending van de AVG
Categories
Nieuws Insights
Datum:
23 Sep 2019

Op 2 september jl. heeft de Rechtbank Amsterdam een interessante uitspraak gedaan over schadevergoeding na schending van de AVG door het UWV. Het is een van de eerste uitspraken over een schadeclaim als gevolg van schending van de AVG in een arbeidsrechtelijke context en de rechter heeft de tijd genomen om een en ander zorgvuldig in de uitspraak uit te werken.

Door:
Ilse Baijens, Philip Nabben

Feiten

Een werkneemster was vanaf 2012 in dienst bij een werkgever. Zij is gedurende dat dienstverband langere tijd uitgevallen wegens een burn-out. De werkneemster ontving van het UWV op enig moment een brief met daarin de mededeling: “Bent u op dit moment weer volledig hersteld? En bent u ook weer volledig aan het werk? Dan hoeft u niets te doen. U hoeft zich namelijk niet bij ons beter te melden.” De werkneemster herstelde inderdaad, en trad kort daarna voor bepaalde tijd in dienst bij een nieuwe werkgever.

Het UWV stuurde vervolgens, per vergissing, een brief naar deze nieuwe werkgever, waarin melding werd gemaakt van de langdurige ziekte van de werkneemster. De nieuwe werkgever was hier niet van op de hoogte en vroeg de werkneemster in een gesprek om uitleg, omdat toevallig dat moment ook het beslismoment was voor de werkgever om haar al dan niet een vervolgcontract aan te bieden (hetgeen overigens uiteindelijk wel is gebeurd).

De werkneemster heeft vervolgens het UWV aangesproken wegens overtreding van de AVG. De werkneemster vorderde een schadevergoeding van 500 euro wegens immateriële schade als gevolg van de stress die de kwestie met zich had meegebracht. 

Uitspraak Rechtbank Amsterdam

De rechter overweegt in deze uitspraak dat het hier om persoonsgegevens gaat van gevoelige aard (niet te verwarren met de wettelijk apart geregelde bijzondere persoonsgegevens) omdat de enkele melding van langdurige ziekte op zichzelf reeds gevoelig van aard is.

De rechter oordeelt vervolgens dat het UWV de AVG inderdaad heeft overtreden. De AVG verplicht de verwerkingsverantwoordelijke onder meer tot het nemen van passende technische en organisatorische maatregelen ter bewaking van de integriteit en vertrouwelijkheid van de persoonsgegevens die zij verwerkt, waaronder uitdrukkelijk begrepen bescherming tegen onopzettelijk verlies. Het UWV heeft besloten om het verzenden van brieven met een inhoud als deze, te verzenden via een geautomatiseerd systeem dat gebruik maakt van beschikbare adresgegevens van de actuele werkgevers, dit dus zonder verdere toets of verzending van de brief wel juist is. Een controle op de juistheid van de mededeling en/of van de geadresseerde was volgens de rechter, zeker als het gaat om gegevens van gevoelige aard, noodzakelijk, en voor een organisatie als UWV ook mogelijk. Door deze werkwijze te hanteren heeft UWV in strijd met de AVG gehandeld jegens de werkneemster door inbreuk te maken op het recht op eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer en haar recht op bescherming van persoonsgegevens.

De werkneemster vordert 500 euro schadevergoeding voor het feit dat zij gedurende de periode vanaf het ontstaan van de datalek, tot het moment waarop haar werkgever heeft besloten om haar contract te verlengen, in grote onzekerheid heeft verkeerd. Er was immers een aanzienlijk risico dat de nieuwe werkgever het contract niet zou verlengen wegens de feiten omtrent de burn-out die haar ter ore waren gekomen. Dat dit risico zich uiteindelijk niet heeft gerealiseerd maakte voor de rechter dat de schade dus beperkt is. Pogingen van de kant van het UWV dat het voor toekenning van immateriële schadevergoeding moet gaan om zeer ernstige situaties, werden door de rechter niet gehonoreerd. De rechter verwees juist naar de overwegingen bij de AVG, waaruit blijkt dat het begrip schade volgens de AVG ruim dient te worden uitgelegd (overweging 146). Vervolgens wijst de rechter op de mogelijkheid van een betrokkene om bij de rechter schade wegens overtreding van de AVG te claimen: daar wordt immateriële schade uitdrukkelijk genoemd. Kortom, de rechter oordeelt dat het feit dat er grote schade had kunnen ontstaan (geen contractverlenging) begrijpelijkerwijs tot stress heeft geleid, en dus tot een vergoedbare schade. De rechter begrootte deze uiteindelijk op 250 euro.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De claim leverde voor de werkneemster in kwestie geen ‘vetpot’ op, maar zij vorderde dan ook een bescheiden schade. Kennelijk was dit voor de werkneemster in kwestie een principekwestie. Het UWV zal echter, ondanks het lage schadebedrag, wel bij zichzelf te rade moeten gaan, omdat zij kennelijk een systematiek van verzending van brieven met een bepaalde inhoud hanteert die de AVG-toets der kritiek niet doorstaat.

Ook alle andere verantwoordelijken, zoals arbodiensten, maar ook werkgevers, moeten erop bedacht zijn dat risico’s op claims tot vergoeding van schade wegens overtreding van de AVG, blijkens deze uitspraak, zeer reëel zijn.