Het evenwichtiger maken van de verhouding tussen mannen en vrouwen in bestuur en RvC van grote NV's en BV's (Wetsvoorstel Diversiteit in de top)

Terug
Het evenwichtiger maken van de verhouding tussen mannen en vrouwen in bestuur en RvC van grote NV's en BV's (Wetsvoorstel Diversiteit in de top)
Categories
Nieuws Insights
Datum:
14 Dec 2020

Door:
Jasper Pot

Het is al jarenlang een onderwerp dat de politiek bezig houdt: het aantal vrouwen in de raden van bestuur en commissarissen van (grote) ondernemingen. Zowel op Europees als op nationaal niveau zijn er diverse pogingen ondernomen om meer evenwicht te krijgen tussen het aantal mannen en vrouwen in de raden van bestuur en commissarissen. In Nederland heeft dit geresulteerd in een tijdelijke wettelijke regeling, neergelegd in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), die op 1 januari 2020 is verlopen. Deze wettelijke regeling hield in dat grote B.V.’s en N.V.’s dienden te streven naar een evenwichtige verdeling van zetels in het bestuur en de raad van commissarissen conform het zogenaamde “pas toe of leg uit” principe.

Het “pas toe of leg uit” principe betekent dat de vennootschappen in beginsel gehouden zijn om een evenwichtige samenstelling van het bestuur en de raad van commissarissen te bewerkstelligen, maar dat zij ook kunnen volstaan met een uitleg waarom het ze niet lukt. Deze aanpak heeft helaas niet tot het gewenste effect geleid.

Het aantal vrouwen in de raden van bestuur van grote vennootschappen is overigens wel gestegen, namelijk van 7,4% eind 2012 naar 12,4% eind 2018. Het aandeel vrouwen in de raden van commissarissen groeide in dezelfde periode van 9,8% naar 18,4%. Hoewel dit een verbetering is, is de stijging nog onvoldoende.

Deze ontwikkeling vormde aanleiding voor het kabinet om de Sociaal-Economische Raad (SER) te vragen een rapport te schrijven over “diversiteit in de top”. Dit heeft geresulteerd in een advies van de SER van 20 september 2019. In dit advies pleit de SER voor specifieke maatregelen gericht op het bevorderen van diversiteit en inclusie in de top van het bedrijfsleven. Volgens de SER is het tot nu toe gevoerde beleid onvoldoende effectief.

Naar aanleiding van het advies van de SER hebben de Minister voor Rechtsbescherming en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 9 november jl. een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel bestaat uit twee aparte regelingen die strekken tot het stimuleren van de benoeming van vrouwen in de raden van bestuur en commissarissen bij (grote) vennootschappen en strekt, net als bovengenoemde tijdelijke regeling, tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Beursgenoteerde vennootschappen

Voor beursgenoteerde vennootschappen wordt een quotum ingesteld voor een evenwichtige samenstelling van de raad van commissarissen. Dit betekent concreet dat de raad van commissarissen van beursgenoteerde vennootschappen in de toekomst uit ten minste een derde mannen en ten minste een derde vrouwen moet bestaan. Het quotum wordt vormgegeven als een zogenaamd ‘ingroeiquotum’. Dit betekent dat getoetst wordt of wordt voldaan aan het quotum op het moment dat er een nieuwe benoeming in de raad van commissarissen plaatsvindt.

Een benoeming die niet bijdraagt aan de evenwichtigheid van de raad van commissarissen is in strijd met het wetsvoorstel en zal nietig zijn. Als een raad van commissarissen bijvoorbeeld voor 25% uit vrouwen bestaat, dan zal de vennootschap geen man als lid van de raad van commissarissen kunnen benoemen. Pas als de raad van commissarissen na de benoeming van een man voor ten minste een derde uit vrouwen blijft bestaan, zal de vennootschap weer een man kunnen benoemen.

Het ingroeiquotum zal bij de inwerkingtreding van de wet alleen gelden voor nieuwe benoemingen van commissarissen. Een commissaris die voor herbenoeming in aanmerking komt, kan worden herbenoemd, ook al zou diens herbenoeming de man-vrouw verhouding niet evenwichtiger maken.

Grote, niet beursgenoteerde vennootschappen

Naast het ingroeiquotum voor beursgenoteerde vennootschappen introduceert het wetsvoorstel ook een nieuwe verplichting voor grote B.V.’s en N.V.’s. Voor de definitie van een grote vennootschap wordt aangesloten bij artikel 2:397, eerste en tweede lid, van het BW. Een vennootschap wordt als groot aangemerkt indien de vennootschap op twee opvolgende balansdata aan twee van de volgende drie criteria heeft voldaan:

  • de waarde van de activa bedraagt op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs meer dan € 20.000.000;
  • de netto-omzet over het boekjaar bedraagt meer dan € 40.000.000;
  • het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt ten minste 250.

Met het wetsvoorstel wordt grote vennootschappen de verplichting opgelegd om passende en ambitieuze doelen in de vorm van een streefcijfer vast te stellen om de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen evenwichtiger te maken. Daarnaast moeten ook dergelijke doelen worden gesteld voor de verhouding in de door de vennootschap te bepalen managementlaag die onder het bestuur valt. 

De doelen waarnaar gestreefd wordt dienen dus passend en ambitieus te zijn. Met passend wordt bedoeld dat de vennootschap maatwerk dient te leveren. Het streefcijfer zal afhankelijk zijn van de omvang van het bestuur, de eventuele raad van commissarissen en de managementlaag daaronder, alsmede van de bestaande verhouding tussen het aantal mannen en het aantal vrouwen. Met ambitieus wordt bedoeld dat het streefcijfer erop gericht moet zijn om de samenstelling evenwichtiger te maken dan die nu is.

Waar een benoeming die in strijd is met het ingroeiquotum voor beursgenoteerde vennootschappen nietig is, geldt dit voor de grote, niet beursgenoteerde vennootschappen niet. Er staat geen sanctie op het niet halen van het streefcijfer. Wel worden grote vennootschappen verplicht transparant te zijn over hun doelen en de voortgang die zij hebben gemaakt in het nastreven daarvan. Om deze transparantie te waarborgen worden grote vennootschappen verplicht jaarlijks binnen tien maanden na afloop van het boekjaar aan de SER te rapporteren over de voortgang.

Het wetsvoorstel is pas zeer recent bij de Tweede Kamer aangemeld. Het is vooralsnog niet te voorzien wanneer het wetsvoorstel daadwerkelijk in werking zal treden en of dit ongewijzigd zal gebeuren. Wij blijven u uiteraard op deze website op de hoogte houden van alle ontwikkelingen.